De steenmarter komt de laatste jaren steeds vaker voor in Vlaanderen. Nadat de soort lange tijd sterk achteruitging door intensieve bestrijding en bejaging, heeft ze zich opnieuw gevestigd in onze regio. Steenmarters hebben zich bovendien goed aangepast aan een leven dicht bij de mens. Daardoor zoeken ze soms beschutting in zolders, schuren, stallen of tuinhuizen.
Hoewel steenmarters soms overlast kunnen veroorzaken, zijn het beschermde dieren. Het doden of verplaatsen van steenmarters is niet toegelaten en biedt bovendien zelden een blijvende oplossing. Wanneer een dier wordt verwijderd, wordt het vrijgekomen territorium vaak snel ingenomen door een andere steenmarter. Daarnaast zijn steenmarters nuttige dieren die helpen bij de bestrijding van muizen, ratten en andere knaagdieren.
Steenmarters zijn niet gevaarlijk voor mensen. Ze vermijden contact en zullen eerder vluchten dan aanvallen.
Geur- en geluidsoverlast
Overlast ontstaat voornamelijk wanneer een vrouwtje met jongen een zolder of bijgebouw als verblijfplaats kiest. Vooral jonge dieren kunnen 's nachts erg actief zijn, wat voor geluidshinder zorgt.
Steenmarters gebruiken daarnaast vaste plaatsen als toilet, zogenaamde latrines. Opgestapelde uitwerpselen en achtergelaten prooiresten kunnen na verloop van tijd geurhinder veroorzaken.
Hoe kan je een steenmarter verjagen?
De meest effectieve aanpak is het dier te verstoren zodat het op zoek gaat naar een rustigere schuilplaats. Mogelijke maatregelen zijn:
- Maak geregeld lawaai op de plaats waar de steenmarter zich bevindt, bijvoorbeeld door op balken, potten of pannen te kloppen.
- Zet tijdelijk een radio aan.
- Verander de inrichting van de ruimte door materialen te verplaatsen.
- Gebruik sterke geuren zoals parfum, ammoniak, bleekwater, mottenballen of een speciale anti-marterspray. Plaats deze op moeilijk bereikbare plaatsen met behulp van sponsjes, doekjes of watten.
Herhaal deze maatregelen indien nodig gedurende enkele dagen, bij voorkeur in de late namiddag of vroege avond.
Toegang voorkomen
Wanneer de steenmarter de verblijfplaats heeft verlaten, is het belangrijk om de toegang af te sluiten zodat het dier niet terugkeert.
Controleer altijd zorgvuldig of alle dieren vertrokken zijn, zeker tijdens de voortplantingsperiode. Opgesloten dieren kunnen sterven of bijkomende schade veroorzaken door een uitweg te zoeken.
Aandachtspunten
Steenmarters zijn uitstekende klimmers en kunnen zich door zeer kleine openingen wringen. Hou daarom rekening met volgende maatregelen:
- Een ruwe gevel kan gemakkelijk beklommen worden. Een gladde plaat of schrikdraad kan dit verhinderen.
- Snoei overhangende takken die als loopbrug naar het dak kunnen dienen.
- Voorzie bomen en regenpijpen eventueel van een gladde beschermingsstrook of boomkraag.
- Beperk klimplanten tegen de gevel die toegang tot het dak vergemakkelijken.
- Sluit openingen vanaf ongeveer 5 cm zorgvuldig af met stevig gaas of andere geschikte materialen.
- Bij rieten daken kan een extra afscherming aan de binnenzijde nuttig zijn.
- Dek verluchtingsopeningen af met stevig fijnmazig gaas.
Alternatieve schuilplaatsen
Je kan steenmarters ook helpen door alternatieve schuilmogelijkheden aan te bieden in de tuin, bijvoorbeeld:
- een takkenhoop;
- een houtstapel;
- een strobaal;
- een rustige, beschutte hoek in de tuin.
Zo verklein je de kans dat ze opnieuw je woning uitkiezen als verblijfplaats.
Hoe vind je de toegang?
Weet je niet langs waar de steenmarter binnenkomt? Stop dan een prop papier of een doek in mogelijke doorgangen. Is deze de volgende dag verwijderd, dan heb je waarschijnlijk een toegangspunt gevonden.
Wanneer het niet mogelijk blijkt om de toegang af te sluiten, kan je het dier opnieuw verjagen. Vaak duurt het daarna enige tijd voordat een nieuwe steenmarter de plaats ontdekt.
Blijvende problemen?
Blijft de overlast ondanks verschillende maatregelen aanhouden en wordt de situatie onhoudbaar, dan kan je contact opnemen met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). In uitzonderlijke gevallen en mits de nodige vergunningen kan bekeken worden welke verdere maatregelen mogelijk zijn.
De voorkeur gaat echter steeds uit naar preventieve en duurzame oplossingen die zowel mens als dier ten goede komen.
