Vossen

De vos heeft zijn verspreidingsgebied de laatste tien-vijftien jaar opmerkelijk uitgebreid. Dit fenomeen doet zich in zowat in geheel West-Europa op spontane wijze voor. Als hij niet wordt bedreigd, gedraagt de vos zich rustig in de omgeving van mensen. Schade aan kleine huisdieren veroorzaakt door vossen komt de laatste jaren wel regelmatig voor. Hij maakt dankbaar gebruik van de aanwezigheid van kleinvee als voedselbron. Een vos zal immers steeds de makkelijkste weg nemen om aan voedsel te geraken.

Vossen zijn territoriale dieren, die dus m.a.w. een deel van het landschap gaan bezetten (grootte-orde van bv. 5 tot 10 km²) waarin zij in principe geen vreemde soortgenoten dulden. Zo’n territorium wordt in de regel bezet door een (familie)groep bestaande uit één mannetje en één of enkele wijfjes, en tijdelijk ook een aantal jongen (één nest per territorium). Men kan ervan uitgaan dat zowat het ganse Vlaamse grondgebied als het ware opgedeeld is in x-aantal vossenterritoria. Wanneer een territorium leeg komt te staan, wordt dit al heel snel spontaan opnieuw ingenomen door andere, meestal jonge dieren uit de (wijdere) omgeving. Ingrijpen op de vossen zelf (door ze bijvoorbeeld te doden), in bewoonde omgevingen, biedt absoluut géén goed alternatief en het is overigens ten strengste verboden voor particulieren.

Uit de voorlopige onderzoeksresultaten blijkt dat de vossendichtheid niet als ‘ongewoon’ of ‘abnormaal’ dient beschouwd te worden in vergelijking met onze buurlanden. De aantallen blijven sinds enkele jaren min of meer gelijk.

Er wordt vaak gesteld dat men als mens wel moét ingrijpen in het vossenbestand omdat de vos zelf geen ‘natuurlijke vijanden’ (wolven, beren, arenden,…) meer heeft.. Het verkeer oefent evenwel geen wezenlijke invloed uit op het vossenbestand gezien de vossen doen aan ‘sociale regulatie’. Bij deze sociale regulatie zijn immers tal van interne terugkoppelingsmechanismen werkzaam. Daarbij spelen precies de onderlinge territorialiteit én het aantal reeds aanwezige dieren een essentiële rol. Zo zullen bij verhoogde sterfte (verdelging, ziekte,…) een groter aandeel wijfjes aan de voortplanting deelnemen en zullen méér jongen kunnen overleven dan zonder deze extra-sterfte. Sterfte van een of enkele dieren zorgt gewoon ook voor meer mogelijkheden en overlevingskansen van andere.

Hoe kan pluimveeschade worden voorkomen

Hoewel er een aantal piekmomenten schijnen te zijn – enerzijds bij aanhoudende vorst of sneeuw, anderzijds tijdens de opgroeiperiode van de vossenjongen, nl. april-juni – moet benadrukt worden dat schade in principe het ganse jaar door kan optreden. Pluimvee met afgebeten kop is in de meeste gevallen wel een goede aanwijzing op vossenschade. Dat daarbij niet alle gedode dieren effectief meteen ook worden meegenomen, is een klassiek beeld. De vos legt graag een voorraad aan.

Wie een vos van zijn pluimvee wil weghouden, dient dan ook voor één van de volgende oplossingen te kiezen :

  • Voorzien in een degelijke omheining
  • Strak gespannen en minimum twee meter hoog
  • Onderaan afgewerkt met een betonplaat (of de draad een halve meter ingraven)
  • Bovenaan hetzij met een naar buiten overhellend gedeelte
  • Hetzij met een aan de buitenzijde aangebrachte elektriciteitsdraad
  • Een gesloten ren of volière bouwen, d.i. mét een ‘dak’ (hetzij vast, hetzij in tralie of net)
  • Voorzien in een afsluitbaar nachthok, en elke avond consequent de toegang afsluiten

Meer info

Uitgebreide informatie over de vos vindt u terug bij het Instituut voor natuur- en bosonderzoek en op de site van Natuurpunt.

Openingsuren en contact

Dienst Milieu

adres
Arthur Dezangrélaan 17
1950 Kraainem
tel.
02 719 20 65
e-mail
info@kraainem.be